01-12-13

tekst bij natuurwaarde van stadspark

De natuurwaarde van het Stadspark

 

Tussen de loofbomen, struiken en planten door, wou ik even nagaan welke natuurwaarde het Stadspark heeft. Midden  de zingende, dansende, rustende en spelende mensen door, ontdek ik plots de muursla Mycelis muralis, i
n volle bloei, onder de symphoricarpus .Op dit dekgroen, wat men onder hovenierstermen bodembedekkers noemt, prikkelt het zonlicht toch door, aan de rand van de heesters

Met mooi weer, is het in het park  relatief druk, want bij zonneschijn struikel je bijna over liggende mensen, klaar voor een zonnebad. Men kan in een net van paden joggen met een lus van 1.4km, niet slecht voor een park van 10 ha! Er staat ook een oriëntatieplan ,knap gemaakt en weerbestendig. Daarop kan je goed zien hoe een grillige vorm de vijver wel heeft, een  natuurlijk uitzicht en toch aangelegd door mensen. Men kan er echter niet bij, er loopt een hekken langs dat de wandelaar belet om tot de rand van de vijver te komen . De vrij hellende oeverrand bestaat uit een streng gemaaid gazon, maar tussen de rand van de afsluiting (een tuindraad met mazen) en de omliggende wandelweg durft men wel eens het gras niet te maaien. Daar geniet de natuur van.

 

Men vindt daar bijvoorbeeld allerlei soorten(on)kruiden,  zoals het groot kaasjeskruid, de purperen dovenetel, de hondsdraf om er maar een paar  te noemen. Het onderhoudspersoneel van het park voelt er zich onwennig bij en tracht deze wildgroei zo goed mogelijk weg te maaien of te branden. Het leidt ons  naar een gedeelte van het park waar de natuur wél toegelaten is: het is een gedempt stuk van de vijver waar men niet zo frequent maait zoals aan de rand van de vijver. In het voorjaar bloeit de kievitsbloem er weelderig, er staat daar nog een oude prunusstam en naarmate het seizoen vordert vind je het daar ook  jakobskruiskruid, tussen de stenen het kleine hoefblad en de stinkende gouwe.  

Waar de maaier met zijn machine nooit bij kan ,zijn het de madeliefjes ( Bellis perennis) die na iedere maaibeurt weer dapper de kop opsteken en beginnen te bloeien  een echte tredplant , (betreding bestendig wil dat zeggen) .

 

Men verzorgt de bomen vrij goed.  Een gespecialiseerd team ( de bomenploeg) plant, kapt en snoeit de bomen een heel jaar door. Net geplante bomen worden voorzien van een gietrand ( een minidammetje rond de boom waar water een tijd in kan stagneren) en een gemotiveerde groenarbeider rijdt hele dagen rond met een trekker met achter hem een grote ton met water. Op een mum van tijd krijgen alle planten hun beurt.

 

 Het zijn vooral oudere volwassen bomen, jammer genoeg niet voldoende inheems, maar door hun omvang toch nog voldoende waarde om  vogels en zoogdieren toe te laten nesten te bouwen. Het zijn meestal cultuurvolgers zoals de merels en konijnen. Voor deze laatste is er toch een minpunt, want vaak gaat het over gedropte dieren, die in de huiskamer niet meer gewenst zijn. Gemakkelijk zijn dat nog maar tamme knaagdieren , als reptiel kiepert men de lastig geworden roodwangschilpad de vijver in.  Maar goed, we mogen al tevreden zijn dat het park geklasseerd is , dan gelden er strenge normen zodat die beesten weggevangen worden. Men kan zeker genieten van het gefilterd licht doorheen de boomkruinen , met soms bijzondere schaduweffecten op de wandelwegen.

 

Het is een park met een boeiend net van paden, met geluiden van koolmeesjes, goudhaantjes en ik heb het zelf niet gehoord, maar mijn beste natuurvriend      ( prof bioloog) die ook regelmatig het Stadspark voorbij wandelt meent de grote bonte specht te horen timmeren

 

Er kunnen wel allerlei bezwaren aan het park opgemerkt worden zoals onder andere: waarom zwemmen er enkel goudvissen rond en waarom houdt men het waterpeil zo kunstmatig hoog, maar tussen de agressieve zwanen door weet de meerkoet toch met succes zijn nest te bouwen midden in de vijver. Ik kan mij ook behoorlijk boos maken , bij het hele jaar door voederen , van de dieren door het publiek.

Dat werkt de natuurlijke selectie niet in de hand en het trekt alleen maar ratten aan. Van kinds af aan wordt het er in gepompt, ondanks de hoge boetes. (100€ per overtreding) 

Het zijn kleine natuurtekens, maar vergeet niet dat de natuur bij wijlen het beter in de stad doet dan in de randgemeenten die wel meer landelijk zijn, maar waar men toch  onkruidverdelgers en insectenpoeders nog weelderig gebruikt. Mensen zijn vaak onwetend en bang als een wolk blinde bijen hangt aan de bloeiende struikklimop. Bij het nemen van de foto werd ik gewaarschuwd voor de nest bijen of wespen. Wat men toen niet wist was dat er de zeldzame klimopbij tussen zat. In de stad gaat men zelf zo ver dat men op de daken van oa daktuinen ‘korven’ bijen houdt. Als je goed luistert hoor je vaak de typische roep van de zwarte roodstaart 

Conclusie: de esthetica in het park wordt nog altijd hoger geschat dan de potentiële natuurwaarde. Bij het tijdelijk en gedeeltelijk droog leggen van de vijver ( 8 jaar geleden, omwille van de bouwwerken aan het centraal station en de leien) ontstond er spontane oeverbegroeiing  met oa grote kattenstaart ,watermunt , dotterbloem, om maar een paar op te noemen. Het zit er wel in als men zou willen.  

08:38 Gepost door Patrick Van Gampelaere | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.