22-08-12




aspectratio="t" v:ext="edit">


Dan Anthyllis


Rembert Dodoens moet voor een raadsel gestaan hebben. Een plant die graag aan de zee groeit, niet vies van kalk is en een veeltal voorkomt in de duinen. Hij kon geen Nederlandse, Duitse of Franse naam bedenken. Hij zag er wel klaverachtig uit en het had wel een functie als veevoeder , maar verder kwam hij niet. Het is wel wachten tot de natuurvorsers van vandaag om eruit te geraken. Nu spreekt men vlot van wondklaver, vulnèraire en wundklee, maar daar had de wijze man van de 16de eeuw niet veel aan.


Wat het nog moeilijker maakte: nu weet men dat er tal van ondersoorten bestaan, maar in de 16de eeuw had men wel een notie van, maar echt thuis brengen kon men niet. Men probeerden wel Latijnse en Griekse namen zoals Dioscorides en Anthyllis te geven, zelfs ging men ten rade bij Plinius ( een Romein) die de namen in het Latijn bedacht zoals Anthyllon, Anthyllion en Anthycellon. Liefhebbers ( nu de kwakzalvers) namen ook een initiatief en bedachten de naam Glaudiola waarvan de naam Glaux van is afgeleid.


Bloeien doet de klaver van mei tot in september. Nu spreekt men wat uitgebreider wat de standplaats aangaat . Die arme Dodoens toch; graslanden, braakland, bermen, duinen, kustkliffen nabij bouwland. Dodoens zo’n wroeter en niet verder komen dan de standplaats aan de zee.


Toch voelde Dodoens zich aangesproken tot die plant. Hij was een arts en vond geneeskrachtige eigenschappen aan dit kruid. Hij beschreef: dit cruyt, een lootzwaer ghedroncken es seer goot voor die coumpisse ende voor die droppelpisse, en deteghen pijne  en weedom der lendenen.


De Nederlandse naam is vandaag niet zo slecht gekozen :wondklaver. Dodoens maakte er uiteindelijk kompressen van om pijnen in de lende te bestrijden en op wonden te leggen het kruid gemengd met olie. Zo ver ernaast was Rembert Dodoens niet.  



05:24 Gepost door Patrick Van Gampelaere | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.